Taal van het hart

In een situatie van conflict zetten we een proces in beweging van de taal van het lijden naar de taal van het verlangen/het hart. Op die manier creëren we opnieuw menselijke ontmoeting, een gevoel van verbondenheid met zichzelf en de andere. Uit deze waarachtige ontmoeting worden afspraken gemaakt voor het verdere samenleven.

De motor van de beweging bestaat uit activerende elementen: verlangen, verbinding en verantwoordelijkheid. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Inzetten op verbondenheid, doet verantwoordelijkheid groeien en wakkert het verlangen aan. Contact maken met het verlangen, zet aan tot het nemen van verantwoordelijkheid, wat dan weer verbinding stimuleert.

Er zijn remmende elementen: angst en patronen. Wanneer de focus op angst ligt ziet men niet meer waar het eigenlijk om gaat. Angst verengt het bewustzijn, staat verandering in de weg en verbergt het verlangen. Het ontstaan van strategieën/patronen die (net )het verlang in de weg staan.

Emoties geven ons richting, ze tonen waar we waarde aan hechten

Patronen hier mee bedoelen we de best mogelijke manier die iemand kent in het omgaan met se spanning die hij ervaart tussen angst en verlangen. Het zijn gedragingen die geleidelijk aan het gezin zijn binnengeslopen. Het begint klein, groeit door tot een gewoonte en uiteindelijk wordt het een ergernis.

Met de taal van het hart brengen we terug beweging in het gebeuren dit brengt hoop in moeilijke situaties. Het zijn positieve ervaringen die verbinden en het verlangen aanwakkeren.

Eens de motor aanslaat, zien we mensen wondere dingen doen

 Wie in de zon zit in het park en in de zon wil blijven zitten,

zal moeten bewegen.

(Vrij naar Levinas)

Spreken vanuit het hart is spreken in waarheid

Columbus leert dat de antwoorden voor de existentiële vragen op een existentieel niveau liggen. Het is een taal van het hart. Een taal van eerlijkheid, luisterbereidheid en openheid voor elkaar. Een taal die moed vraagt om te spreken. De condities om dit gesprek te voeren, worden geïntroduceerd door de procesbegeleider die zelf deze ethische kwaliteiten dient na te streven. Het is zijn taak om een veilig kader te bieden voor dit gesprek.

 

Crisis als kans

Als mensen in een crisis terecht komen door bv. een kwetsende ruzie, een plots overlijden van een dierbare,... communiceert men op het existentiële niveau. Men spreekt over het verdriet dat men is aangedaan, over de liefde die men voelt voor elkaar, de liefde voor de overledene, over het medeleven dat men heeft voor de nabestaanden die geraakt zijn door het overlijden.

De gezinnen die we binnen Columbus ontmoeten bevinden zich meestal in dergelijke situaties. Ze zijn hopeloos, woedend, moedeloos, enz. Soms ziet de hulpverlener zelf binnen zijn mogelijkheden ook geen uitweg meer. Oplossingen worden dan vaak extern gezocht. Vanuit onze ervaring zien we dat de beste oplossingen meestal binnen zichzelf, het gezin en de context zelf liggen. De voorwaarde is dat ieder opnieuw hun hart voor elkaar kan openen.

Door de inzet van een specifieke methodiek – namelijk ‘positieve heroriëntering’ – wil men de instroom binnen de Bijzondere Jeugdzorg van jongeren en hun gezin verhinderen evenals de gezinnen handvaten aanreiken om zonder hulpverlening verder te functioneren (Baert, 2010).

Merlevede et al. (2004) stellen dat indien de betrokkenheid van het gezin bij de interventie hoog is, de kans op een effectieve interventie groter wordt (Merlevede et al., 2004). Concreet betekent dit dat positieve heroriëntering een contextuele methodiek betreft waarbij iedereen die door het probleem geraakt is, bij de begeleiding betrokken wordt (Michielsen, Van Mulligen, & Hermkens, 2001; Meerschaert et al., 2004; Heireman, s.d.). Positieve heroriëntering richt zich op wat betrokkenen met elkaar verbindt.